Ome Joe in Europa

Deel 2: Biden’s nieuwe minister van Buitenlandse Zaken

Twee weken geleden schreef ik mijn eerste van drie artikelen over de 46ste president-elect van de Verenigde Staten, Joe Biden, en wat we als Nederlanders en Europeanen kunnen verwachten van zijn buitenlands beleid. Je hebt toen mogen genieten van mijn op papier gekalkte brainfarts over de NAVO. Daarnaast beloofde ik je toen ook dat ik het deze week zou hebben over de economische dimensie van Biden’s buitenlands beleid. Recentelijk heeft Biden echter enkele van zijn aanstaande ministers gepresenteerd. Dat betekent in praktische zin dat het voorspellen van Biden’s beleidskoers weer ietsje makkelijker is geworden. Dus gooien we het deze week even over een andere boeg en ga ik het over de aanstaande minister van Buitenlandse Zaken hebben, Antony Blinken. Wie is dat en wat kunnen wij, als Nederlanders en Europeanen, van hem verwachten? En waarom is dat belangrijk?

Symbolisch keuze

Nu zal je denken: die Blinken wist een maand geleden niet eens wie de presidentsverkiezingen zou gaan winnen. Hoe kun je dan nu al weten wat voor beleid hij gaat voeren? Maar dat is het mooie aan de Verenigde Staten. Waar we in Nederland ministers voornamelijk kiezen vanwege hun bestuurlijke competenties of politiek talent, ligt dat in de Verenigde Staten namelijk net iets anders. In het zwaar gepolariseerde land is het kiezen van een minister vooral ook een symbolische keuze en dat symbolische zegt in dit geval iets over het te verwachten beleid.

Ik zal even kort uitleggen wat ik daarmee bedoel. Neem bijvoorbeeld de afgelopen week de door Biden genomineerde minister van Binnenlandse Veiligheid, Alejandro Mayorkas. Geboren in Havana, als kind van arme Cubaanse immigranten, is zijn nominatie als minister voor deze post heel symbolisch. Waarom? Omdat het ministerie van Binnenlandse Veiligheid verantwoordelijk is voor immigratie en grensbewaking.

Onder het presidentschap van onze oranje vriend bestaat dat immigratiebeleid nu (vooral in woorden, niet zozeer in daden) uit grote dikke vette muren bouwen, kindertjes bij hun ouders wegsleuren en in kooien stoppen (hier is het dan weer vooral daden en weinig woorden) en arme, veelal Spaanssprekende, immigranten buiten de deur houden. De keuze van Mayorkas, de eerste minister van Binnenlandse Veiligheid met een (Hispanic) migratieachtergrond, moet je dan ook zien als een dikke grote middelvinger van Biden naar Trump en zijn strenge immigratiebeleid.

De keuze voor Mayorkas laat zien dat de president-elect het duidelijk anders wil gaan doen. Hispanics worden door de Biden-regering niet langer als undesirables behandeld en kunnen, net als Mayorkas, dromen van een succesvolle toekomst in de Verenigde Staten. Dat is althans de boodschap naar buiten toe. Zo progressief is Biden namelijk niet.

De francofiele Blinken

Een dergelijke symbolische waarde kleeft ook aan de nieuwe president van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, al zij het net even anders. Blinken is namelijk bijna het tegenovergestelde van Mayorkas. Hij komt uit een rijk Amerikaans gezin dat de Verenigde Staten juist verliet, toen hij jong was, en zich vestigde in Parijs. Dat aspect van Blinken is van symbolisch belang.

Wonen in Parijs symbolisch? Hoor ik je al denken. Je bedoelt die stad waarvan de inwoners zo zuur zijn dat hun pis nagenoeg van azijn is en het trottoir een constante hindernisbaan is van daklozen, gele hesjes en hondenpoep? Lekker symbolisch, Merijn. Toch, beste lezer, is dit wel degelijk het geval. Doordat de nieuwe Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken voor een groot deel is opgegroeid in Parijs en er tevens als advocaat heeft gewerkt, heeft hij een innige band opgebouwd met zijn gastland opgebouwd. Zijn beheersing van de Franse taal beperkt zich dan ook geenszins tot wat halfbakken ommelette du fromage gewauwel, maar is zo vloeiend dat ze er in Frankrijk spontaan een hard stokbrood van krijgen.

Kortom, Antony Blinken, de man die de aankomende vier jaar verantwoordelijk zal zijn voor het buitenlands beleid van het machtigste land ter wereld (niet voor heel lang meer overigens) heeft een innige band met Frankrijk. En, als je het mij vraagt, hoopt ome Joe dat dit wederzijds is. Mocht je mijn artikel van twee weken geleden hebben gelezen, dan weet je misschien waar ik op doel.

Blinken, voor al uw trans-Atlantische klusjes

Toen schreef ik namelijk al dat Macron’s primeur om Biden persoonlijk te mogen feliciteren opvallend was. Het zou zomaar eens een subtiele hint kunnen zijn geweest dat de president-elect de trans-Atlantische banden conform de Franse lijn wilde verstevigen. Namelijk: onder een NAVO-paraplu waar de Europese lidstaten als een onafhankelijk blok opereren, zonder teveel van de Verenigde Staten afhankelijk te zijn. Vanuit geopolitiek oogpunt valt immers goed te verklaren dat beide landen hier baat bij hebben. De Verenigde Staten omdat haar strategische belangen in Europa aanzienlijk zijn verminderd en het niet meer voor de volle honderd procent garant wil staan voor de Europese veiligheid. Frankrijk omdat het onder Macron een leidende rol op het Europese continent voor zich ziet. Zeker nu de Britten de Europese Unie zijn uitgestapt. Met Biden’s keus om Antony Blinken te nomineren als minister van Buitenlandse Zaken ben ik er nu vrij zeker van dat de president-elect de trans-Atlantische via Frankrijk wil herstellen. 

Dat Blinken in foutloos Frans croissantjes kan bestellen bij de plaatselijke boulangerie is echter niet de enige reden waarom hij de post van minister van Buitenlandse Zaken gekregen heeft. Voor ons is hij misschien een onbekende, maar in de hogere beleidskringen van de Verenigde Staten is hij een gevestigde naam. Zo was hij al eerder onderminister van Buitenlandse Zaken onder Barack Obama en Biden van 2015 tot 2017 en heeft hij een lange staat van dienst in Amerikaanse foreign service.

De Irakoorlog, mede mogelijk gemaakt door…

Dat succes heeft Blinken met name te danken aan Biden, voor wie hij al bijna 20 jaar hand en spandiensten uitvoert. De belangrijkste erfenis van die relatie achtervolgt beide heren opvallend genoeg tot op de dag van vandaag. Sterker nog, tijdens de democratische voorverkiezingen vormde die erfenis zelfs één van de belangrijkste stokken waarmee Biden’s presidentiële rivalen – Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Pete Buttigieg en later de orange man himself – hem konden slaan. Ik heb het over Biden’s steun aan de Irakoorlog (2003-2011), een zwarte pagina in de geschiedenis van Joe Slakkenzaad.

Steun is zelfs een understatement. Als hoofd van de Senaatscommissie van Buitenlandse Betrekkingen was Biden namelijk van instrumentaal belang voor de invasieplannen van de toenmalige president, George W. Bush. Biden’s Democratische stem in een door Democraten gedomineerde Senaat hielp de Republikeinse Bush namelijk aan een meerderheid in de Senaat. Het brein achter Biden’s onderbouwing voor wat één van Amerika’s grootste blunders zou worden? Antony Blinken.

Voor ik verder ga moet ik openlijk erkennen dat de Irakoorlog wat mij betreft één van de grootste misdaden uit deze eeuw is. In het hoogtij van de Amerikaanse werelddominantie en met de neoliberale geboden van Francis Fukuyama in de zesde versnelling, verkeerden Amerikaanse beleidsmakers in de waan dat je niet-westerse probleemlandjes wel even kon omvormen tot brave Henk & Ingrid walhalla’s zodra er een democratische regering zetelde. Dat liep toch wel even anders.

Hoewel B&B al gauw spijt hadden van hun steun aan de Irakoorlog, kun je het je misschien wel voorstellen dat ik een tikkeltje vooringenomen ben als het gaat om Blinken. De man heeft ook na de desastreuze Irakoorlog heel duidelijk blijk gegeven van het feit dat hij de Verenigde Staten ziet als het politiebureau van de wereld. Sterker nog: Blinken geldt als één van de meer interventionistische leden van de Democratische Partij. Zo was hij in 2009 een uitgesproken voorstanders van een maximale Amerikaanse troepen aanwezigheid in Afghanistan. Ook in 2011, toen er in het Libië van kolonel Qadhafi een burgeroorlog uitbrak, adviseerde Blinken voor van een grootscheepse militaire interventie aldaar. 

Veranderde wereld, veranderd Amerika

In de praktijk zal Blinken’s nominatie echter niet betekenen dat onze buitengrenzen binnenkort weer bestookt worden met “tough diplomacy,” (zoals Blinken zijn steun voor de Irakoorlog noemde). Blinken mag dan een havik zijn, zijn oude en toekomstige baas, ome Joe, is dat niet (meer).

Waar Blinken na Irak een overtuigde interventionist is gebleven, is Biden een stuk terughoudender geworden wat betreft Amerika’s white man’s burden om minder superieure beschavingen te laten inzien (desnoods met geweld) dat freedom toch echt in hun eigen belang is (/s). Zo was Biden, in tegenstelling tot Blinken, juist voor een minimale troepen aanwezigheid in Afghanistan en moest hij niets hebben van een militaire interventie in Libië. En dat is, wat mij betreft, maar goed ook. Het voortschrijdende geweld in Irak en Syrië – waar wij in Europa ook de gevolgen van ondervinden, in de vorm van aanslagen en vluchtelingen – is voor een groot deel te wijten aan Amerika’s keuze om Irak in 2003 binnen te vallen. Daar moet wel aan worden toegevoegd dat wij vaak meededen of zelf initieerden.

Voor een interventionistisch Amerika, dat eens in de zoveel jaren bananenrepublieken binnenvalt of platbombardeert, is het sowieso te laat. Zelfs als zouden B&B het willen, dan is het in 2020 vele malen onwaarschijnlijker dat de Verenigde Staten weg zou komen met een militaire interventie dan tien jaar geleden het geval was. Niet alleen is het draagvlak onder de Amerikaanse bevolking voor zo’n interventie compleet weggevallen. Ook de opkomst van China en een veel assertiever Rusland op het wereldtoneel maakt dat de Verenigde Staten niet meer de omnipotente wereldmacht is die het tien jaar geleden nog was. Beijing en Moskou maken niet alleen dankbaar gebruik van het machtsvacuüm dat de isolationistische Trump heeft achtergelaten, maar blokkeren sinds Libië, elke interventiepoging van Washington in de VN Veiligheidsraad.

Over Trump gesproken. Vier jaar Bokitobeleid is desastreus is geweest voor de Amerikaanse machtspositie in het buitenland. Het schijten over cruciale verdragen (zoals het atoomakkoord met Iran), het niet begrijpen van geopolitiek (Trump’s bizarre toenadering tot Noord Korea, die hem niets heeft opgeleverd) en, bovenal, het niet serieus nemen van bondgenoten (bijvoorbeeld alle keren dat Trump Kim Jong-un en Poetin als betere vrienden behandelde dan Trudeau, Merkel of Macron) heeft ervoor gezorgd dat Biden heel veel puin moet ruimen voordat de Verenigde Staten weer serieus zal worden genomen.

Europa’s rol in Amerika’s buitenland beleid

In dat licht moet je de nominatie van Blinken nog het meest zien. Als poging van Biden om de wereld, maar vooral ook ons – zijn belangrijkste bondgenoten – ervan te overtuigen dat de Verenigde Staten terug is als betrouwbare leider en samenwerkingspartner. Blinken is naast een uithangbord voor hernieuwde trans-Atlantische samenwerking namelijk ook een symbool voor stabiliteit. Na bijna twintig jaar nauw met hem te hebben samengewerkt is deze francophone meneer feilloos ingespeeld op zijn bejaarde mentor. Daarnaast staat hij, als voormalig onderminister van Obama, ook nog eens garant voor een nostalgische trip down memory lane. Inderdaad, de Merkel’s en Rutte’s van deze wereld kunnen onmogelijk niet in katzwijm vallen van een man die doordrenkt is van eau d’Obama. Daar hoopt Biden althans op. Dat neemt zeker niet weg dat we in de eerste maanden van de Biden-regering inderdaad een hoop wederzijdse fellatio van B&B met hun Europese evenknieën zullen zien. Met Biden is het in ieder geval tienduizend keer beter samenwerken dan handenknijper Trump.

Toch vermoed ik dat Blinken’s interventionistische inborst een troef zal zijn die wat later in de Biden-era van stal zal worden gehaald. Nadat de Verenigde Staten weer braaf lid is geworden van de Wereldgezondheidsorganisatie en het Klimaatakkoord van Parijs (want dat gaan ze eerst doen om ons vertrouwen proberen terug te winnen), zal de Biden-regering ons in toenemende mate onder druk gaan zetten over China. De ongekend snelle wijze waarop dat land zich in de afgelopen jaren heeft ontpopt als wereldspeler van formaat, wordt van de meest linkse Democraten tot de meest rechtse Republikeinen ervaren als misschien wel de grootste dreiging van de 21ste eeuw. 

Of het nu onder Biden of Trump is, Washington gaat in de aankomende decennia intercontinentaal armpje drukken met het steeds machtiger wordende Beijing. Met ruim een miljard minder inwoners dan China, is de Verenigde Staten gedoemd om aan het kortste eind te trekken, in wat zomaar eens een tweede Koude Oorlog kan gaan worden. Dat is: tenzij de Verenigde Staten diens machtigste bondgenoot, Europa, aan haar zijde kan binden. Het is echter nog maar de vraag of de Europese Unie en haar lidstaten zich ooit nog laten rond commanderen door Uncle Sam.

Europa kan misschien hals reikend vooruit kijken naar vier stabiele trans-Atlantische jaren, maar niemand weet welke halve gare er over vier jaar weer de scepter zwaait in het Witte Huis. Ik betwijfel ten zeerste of zelfs het soepele Obamaëske Frans van Blinken in staat is om zijn Europese evenknieën in slaap te sussen met geruststellende praatjes over trans-Atlantische liefde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *